Bij veel mensen roepen vleermuizen gevoelens van onbehagen of angst op. Dat is niet nodig, want vleermuizen zijn niet agressief of gevaarlijk, maar interessant en nuttig. Vleermuizen maken geen nesten en knagen niet aan bouwmaterialen.
Leuk om te weten: één vleermuis eet per jaar ongeveer een kruiwagen vol insecten. Dus als u niet van muggen houdt, kunt u de vleermuizen dankbaar zijn!
Beschermde status
Schade
Vleermuis binnen, wat nu?
Wat gaan wij doen
Wat u niet moet doen
Bijzondere vliegende zoogdieren
Soorten in Nederland
Beschermde status
Vanaf 1973 zijn alle soorten vleermuizen bij de wet beschermd, voor negen soorten geldt zelfs dat ze zijn opgenomen op de Nederlandse rode lijst van bedreigde zoogdieren. Het is verboden vleermuizen te vangen te verstoren of te doden.
De reden voor deze wettelijke bescherming is dat een aantal soorten in aantal achteruit gingen en dat enkele soorten zelfs uit ons land verdwenen. De bescherming heeft al enig effect gehad. In de laatste tien jaar zijn enkele vleermuissoorten in aantal toegenomen. Maar sommige soorten hebben het nog steeds moeilijk.
Schade
Vleermuizen richten geen schade aan aan gebouwen. Zij geven hooguit lichte geluids- en stankoverlast
Vleermuis binnen, wat nu?
Vliegt er een vleermuis door uw kamer? Als u in de avondschemering de ramen openzet, vindt de verdwaalde vleermuis vaak zelf de weg naar buiten.
Heeft u een zieke of gewonde vleermuis gevonden? Bel dan een vleermuisdeskundige. Eventueel kunt u het diertje voorzichtig met een handdoek oppakken en in een doosje doen.
Bent u gebeten door een vleermuis? Raadpleeg dan uw huisarts.
Maak in- en uitvliegopeningen nooit dicht. Dat u niets meer ziet of hoort betekent niet dat alle dieren zijn uitgevlogen. Er kunnen nog vleermuizen,bijvoorbeeld jongen, aanwezig zijn.
In de winter houden vleermuizen een winterslaap. Daarvoor zoeken ze in het najaar een winterverblijf, soms een plaats dicht in de buurt van mensen. Vleermuizen in winterslaap geven echter nauwelijks overlast. Ze vliegen niet rond en vervuilen niets. Als de winterslaap is afgelopen verlaten de vleermuizen de winterverblijfplaats.
Wat gaan wij doen
Bij een melding van een vleermuis in een slaap-, woon-, of werkkamer gaan wij het dier diervriendelijk vangen en op een geschikte plek waar het geen overlast meer geeft uitzetten.
Wat u niet moet doen
Vleermuizen zullen mensen uit zichzelf niets doen. Alleen als ze vastgepakt worden, kunnen ze bijten uit zelfverdediging. Pak vleermuizen daarom niet vast. Bij een beet van een vleermuis kunnen soms ziektekiemen worden overgedragen. Hondsdolheid is in Nederland tot nu toe maar bij twee vleermuissoorten gevonden, namelijk bij de laatvlieger en de meervleermuis. Slechts een klein deel van de dieren is besmet. De kans dat u hondsdolheid oploopt is bijzonder klein, maar het is toch beter om zieke of gewonde vleermuizen niet aan te raken. Vleermuizen kunnen alleen ziekten overbrengen als ze worden aangeraakt.
Bijzondere vliegende zoogdieren
In Nederland komen zo’n 17 verschillende soorten vleermuizen voor. Daarvan komen 7 soorten vrij veel voor en de overige zijn zeer zeldzaam. Alle in Nederland voorkomende soorten behoren tot de Gladneuzen (Vespertilionidae) familie.
Vleermuizen zijn de enige vliegende zoogdieren. Tijdens de evolutie zijn de voorpoten van het diertje geleidelijk aan omgevormd tot vleugels. Tussen de sterk verlengde vingers zit nu huid om mee te vliegen. Ook tussen de achterpoten en de staart zit meestal vlieghuid. Zijn duimen en de voeten zijn in de loop der jaren weinig veranderd, zodat hij nog steeds goed kan klimmen.
De manier waarop een vleermuis in het donker zijn weg vindt, is bijzonder. Hij maakt zeer hoge geluiden, voor mensen onhoorbaar, en luistert vervolgens naar de weerkaatsing van het geluid. Uit die ‘echo’ leidt hij af welke vorm een voorwerp heeft en waar het zich bevindt (dit heet echolocatie). Op deze manier vangt hij insecten en andere prooidieren en kan hij feilloos boomtakken en gebouwen ontwijken. Het is trouwens een misverstand dat vleermuizen blind zijn. Ze kunnen wel zien, alleen niet zo goed. Alle Nederlandse soorten vleermuizen zijn insecteneters.
Ze eten per nacht gemiddeld een kwart tot eenderde van hun eigen lichaamsgewicht aan insecten. Zo houden vleermuizen de muggenpopulatie in toom, zeker in waterrijke gebieden. De verschillende soorten vangen hun insecten ieder op hun eigen manier. Dit kan tijdens hun vlucht zijn met hun vleugels, andere soorten vangen ze vanaf de grond of in het water. Het leuke is nu dat iedere soort op zijn eigen manier jaagt en er dus weinig concurrentie is tussen de verschillende soorten.
Hieronder worden de soorten vleermuizen besproken die het meest voorkomen in Nederland en soms ook wel in gebouwen en woningen worden aangetroffen.
Gewone Dwergvleermuis
De gewone dwergvleermuis is één van de kleinste Europese vleermuissoorten en is de kleinste en meest voorkomende soort in Nederland.Uiterlijk
Leefwijze
Voortplanting
Verspreiding
Uiterlijk
De vacht is bruin: de bovenzijde kan verschillen van oranjebruin tot roestbruin tot kastanjebruin tot donkerbruin, de onderzijde is gelig tot grijzig bruin. Jonge en onvolwassen dieren zijn donkerder en grijziger van kleur. De snuit, oren en vleugels zijn zwartbruin. De oorschelp is kort, breed en driehoekig, met een afgeronde punt. De vleugels zijn smal en de tragus is kort en stomp.
Lengte 36 tot 51 millimeter
Spanwijdte 180 tot 240 millimeter
Onderarm 28 tot 35 millimeter
Gewicht 3,5 tot 8,5 gram
Uitwerpselen zijn 5 tot 10 mm lang en donkerbruin tot zwart van kleur
Leefwijze
Dwergvleermuizen jagen in verschillende terreinen zoals tuinen, bossen en boven water maar ook in straten.
Meestal bevinden ze zich om en in gebouwen, kleine spleten in spouwmuren gevelbetimmering, onder dakpannen en op zolders.
De kraamkolonies bevinden zich rond gebouwen en in rotsspleten, maar ook achter verkeersborden en in vleermuiskasten. Meestal bevinden deze kraamkamers niet lager dan zeshonderd meter hoogte. In deze kraamkolonies bevinden zich gemiddeld tachtig dieren, maar dit getal kan tot duizend dieren oplopen. Ook ruige dwergvleermuizen en onvolwassen mannetjes kunnen zich in deze kolonies bevinden.
De dwergvleermuis overwintert in gebouwen en in bomen. Dwergvleermuizen komen veel meer voor in bebouwing dan in open veld. Ze beginnen later aan hun winterslaap dan andere vleermuizen, pas in november of december. Ook 's winters laten ze zich nog vaak zien. Ze overwinteren zelden in grotten, alhoewel er kolonies van honderdduizenden dieren kunnen worden aangetroffen in een grot, bijvoorbeeld in Roemenië. Meestal overwinteren ze in gemengde groepjes van tien tot twintig dieren.
De dwergvleermuis is een nachtdier. Als hij overdag of in de winterslaap verstoord wordt, kan hij zich doodstil houden. De dwergvleermuis komt 2 tot 35 minuten na de zonsondergang tevoorschijn. De dwergvleermuis jaagt over water en weilanden, langs heggen en bosranden en bij lantaarnpalen. De vlucht is snel en trekkerig. De dwergvleermuis jaagt op kleine insecten, voornamelijk mugjes en schietmotten, maar ook motten en gaasvliegen. Ze vangen geregeld meer dan drieduizend insecten per nacht. Soms jagen ze in groepjes van tien tot twintig dieren. Afhankelijk van het weer zijn ze acht uur achter elkaar op één plek aan het foerageren. Vrouwtjes met jongen keren vaker terug naar de verblijfplaats. Dwergvleermuizen zijn geen diepe slapers en je ziet ze soms ook tijdens hun winterslaap soms zelfs overdag vliegen.
Voortplanting
De paartijd duurt van augustus tot november. Al voor het begin van de paartijd beginnen de mannetjes een paarterritorium, die ze tijdens de paartijd verdedigen tegen andere mannetjes. De geluiden die ze dan produceren zijn voor mensen met een gevoelig gehoor hoorbaar. Tijdens de paartijd scheiden de mannetjes een sterke muskusgeur af. Deze geur lokt enkele vrouwtjes, niet meer dan tien, naar het territorium van een mannetje.
Na de paring bewaren de vrouwtjes het sperma in de baarmoeder. In april is de ovulatie en de bevruchting. Vanaf april en mei worden de kraamkolonies bevolkt en in juni en midden juli worden de jongen geboren, na een draagtijd van 44 tot 80 dagen. De draagtijd is afhankelijk van het voedselaanbod: bij te weinig voedsel, raken de dieren in een soort "zomerslaap", waarmee de draagtijd wordt verlengd. Binnen een kraamkolonie gebeuren de worpen vrij synchroon, de meeste jongen worden binnen twee weken geboren. Er wordt één jong geboren, soms twee. De jongen hebben een roze rug en wegen 1 tot 1,4 gram. Na drie tot vijf dagen gaan de ogen open. Na drie weken kunnen de jongen vliegen en na zes weken al voor zich zelf foerageren, waarbij ze vaak eerder dan de volwassen dieren uitvliegen. In deze periode worden de jongen ook gespeend. Na dertig dagen wegen de jongen 4 tot 4,3 gram.
Sommige vrouwtjes zijn na twee tot drie maanden geslachtsrijp, maar de meeste dieren pas na een jaar. De dwergvleermuis wordt gemiddeld vier jaar oud. De maximale leeftijd is 16 jaar en 7 maanden.
Verspreiding
De dwergvleermuis komt vooral voor rond bebouwing, maar is te vinden in ieder habitat. Het is de meest voorkomende vleermuis in Nederland: 90% van de waargenomen vleermuizen zijn gewone dwergvleermuizen. In vrijwel elke straat kan je ze vinden. In Nederland is de dwergvleermuis vrij algemeen in tuinen, bosranden en boomgaarden. Ook in gebouwen en holle bomen komen ze voor, met name in de winter.
Laatvlieger
De laatvlieger vliegt letterlijk ‘laat’, hij vliegt later uit dan de andere soorten, als het al behoorlijk donker is.
Uiterlijk
Grootte
Voortplanting
Verspreiding
Uiterlijk
De laatvlieger is een van de grootste vleermuizen die in Nederland voorkomt. Hij is te herkennen aan zijn tweekleurige vacht: koffiebruin op de rug en koperbruin op de buik. Er loopt geen duidelijke grens tussen beide zijden. De oren en snuit zijn zwart, terwijl de brede vleugels donkerbruin tot zwart zijn. De oren zijn relatief klein en driehoekig.
Grootte
spanwijdte 32 tot 38 cm
lengte 12 cm
gewicht 15 tot 34 gram
Voedsel en Gedrag
De laatvlieger huist altijd in gebouwen, zolders spouwmuren achter luiken enzovoort.
De laatvlieger is een nachtdier. Een kwartier tot twintig minuten na zonsondergang vliegen ze uit. De hele kolonie vliegt rond dezelfde tijd uit; na ongeveer tien minuten is het grootste gedeelte uitgevlogen. Vroeg in het jaar zijn de laatvliegers al na een half uurtje terug, later in het jaar vliegen ze langer uit. Ook vliegen ze een tweede keer uit. Bij terugkeer cirkelt de laatvlieger eerst rond het verblijf voor hij naar binnen vliegt.
De laatvlieger vliegt tijdens de jacht zelden verder dan twee kilometer ver. De vlucht is langzaam en fladderend, met steile duiken. Hij jaagt tot tien meter boven de grond, langs opstaande elementen als heggen, bomen, lantaarnpalen en huizen. Ook vliegt hij graag in tuinen en langs bosranden, bij voorkeur in half open gebieden
Vroeg in het jaar jagen ze op muggen, vliegen en motten, maar later in het jaar vangen ze grotere insecten, als meikevers en grote motten en nachtvlinders. Meestal vangen en eten ze de insecten in de lucht, maar ze pakken ook wel prooien van bladeren of van de grond.. Soms jagen ze in groepjes, je ziet ze vaak jagen bij lantarenpalen
Kraamkamers bevinden zich voornamelijk in gebouwen, in holle muren of houtstapels. Een enkele keer zijn ze ook in bomen te vinden. Een kraamkamer bestaat uit tien tot vijftig vleermuizen. In Zuid-Engeland is een kolonie van tweehonderd vrouwtjes aangetroffen. De kraamkolonies worden soms gedeeld met dwergvleermuis en grootoorvleermuis, een enkele keer ook met franjestaart, baardvleermuis en rosse vleermuis. Mannetjes verblijven zomers in gebouwen, onder daken, en in vogelhuisjes en in vleermuiskasten. Meestal leven ze solitair of in kleine groepjes. ‘s Zomers leven de mannetjes vaak in kleine groepjes.
Laatvliegers zijn standvleermuizen: de afstanden tussen zomer- en winterverblijf zijn vrij klein, maximaal 50 km. Winterverblijven worden zelden aangetroffen, en er is vrij weinig bekend over de overwintering. Waarschijnlijk verblijven laatvliegers ook 's winters in gebouwen. Een enkel mannetje wordt soms aangetroffen in muren, daken en spleten. De winterslaap duurt van november tot maart, april. Als de temperatuur hoog genoeg is, jaagt de soort ook 's winters.
De laatvlieger kan 19 jaar en zes maanden oud worden.
Voortplanting
De paartijd valt in september en oktober. De paring kan soms enkele uren duren. De vrouwtjes trekken in april en mei naar de kraamkamers. Eind juni worden de eerste jongen geboren. Soms kunnen nog midden augustus jongen geboren worden. De jongen zijn blind en wegen bij de geboorte 5,2 tot 6,2 gram. Na drie tot vier dagen gaan de ogen open. Binnen drie weken maken de jongen hun eerste vlucht, en na zes weken jagen ze zelf op voedsel. Ze worden rond die tijd (6-7 weken) gespeend.
Begin september zijn de meeste kraamkamers verlaten, alhoewel sommigen nog tot begin oktober bevolkt blijven. De jongen hebben een donkere, bijna zwarte vacht. In de eerste zomer zijn de laatvliegers geslachtsrijp.
Verspreiding en leefgebied
De laatvlieger komt het liefst voor in licht beboste parken en grasvelden, ook in stedelijk gebied. Jagen doet hij voornamelijk over weiden, parken en bosranden, heggen en langs wegen. Soms waagt hij zich ook in het bos.
soortenlijst Nederland
Geslacht Myotis
- Bechsteins vleermuis (Myotis bechsteinii)
- Brandts vleermuis (Myotis brandtii)
- Meervleermuis (Myotis dasycneme) Plaatselijk vrij algemeen in Nederland.
- Watervleermuis (Myotis daubentonii) Algemeen in Nederland.
- Ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus)
- Vale vleermuis (Myotis myotis)
- Baardvleermuis (Myotis mystacinus)
- Franjestaart (Myotis nattereri)
Geslacht Nyctalus
- Bosvleermuis (Nyctalus leisleri)
- Rosse vleermuis (Nyctalus noctula)
Geslacht Eptesicus
- Laatvlieger (Eptesicus serotinus)
Geslacht Pipistrellus (dwergvleermuizen)
- Ruige dwergvleermuis of
- Nathusius' dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Algemeen in Nederland.
- Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Algemeen in Nederland.
Geslacht Plecotus (grootoorvleermuizen)
- Grootoorvleermuis (Plecotus auritus)
- Grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus)
Geslacht Vespertilio
- Tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus)
- Geslacht Barbastella
- Mopsvleermuis (Barbastella barbastellus)
| < Vorige | Volgende > |
|---|













